Soefi Museum

Stichting Soefi Museum Pir-o-Murshid Musharaff Khan

Murtuza Khan

Murtuza Khan

Muziekleraar en oom van Musharaff Khan

Musicus in hart en nieren

In een handgeschreven boekje van Shahzadi met familieaantekeningen staat het volgende verhaal:
Murtuza Khan was de oudste zoon van Maulabakhsh en een machtige figuur om te zien, musicus in hart en nieren; hij had een oog voor vrouwen. 

Op een moment was hij verliefd op een mooie danseres van Baroda. Maulabakhsh kon dat niet waarderen, omdat Murtuza Khan te lichtzinnig was; het zou zijn stem en carrière kunnen beïnvloeden; hij sprak hem ernstig toe. Totaal van slag ging Murtuza Khan naar de danseres en vertelde het haar. Zij zei, dat zijn vader gelijk had, hij moest zijn vader gehoorzamen. Zij troostte hem en hij ging naar huis. Zij kon hier echter niet mee leven en maakte een einde aan haar leven, met naast zich een brief van haar dat het niemands schuld was. Het maakte een heel diepe indruk op Murtuza Khan en de hele familie. Het verhaal dat Inayat Khan soms verteld heeft over een danseres die ook een hoog ideaal kan hebben gaat over deze danseres.


In Pages in the Life of a Sufi (pp.27-28) staat een prachtig verhaal, over hoe deze oom en musicus de muziekleraar, de guru, werd van Musharaff Khan, terwijl Murtuza Khan als jongen leerling was bij Rahmat Khan, Musharaff’s vader.
"Ik was 11 jaar toen mijn vader mij presenteerde als leerling: hij wachtte en luisterde tot mijn Oom begon te oefenen en toen ging hij naar binnen. Mijn vader had bloemen bij zich en suikergoed en wierook; hij boog diep voor mijn oom en bood dit aan, terwijl hij mij voorstelde. “Meester, hier is een leerling, wilt u zo vriendelijk zijn om hem te aanvaarden”, zei hij, diep buigend. Dit was mijn inwijding in de heilige sfeer van muziek. Mijn Oom antwoordde niet en mijn Vader trok zich terug. Mijn Oom was diep geroerd door de daad en de woorden en de respectvolle wijze van deze oude meester…… Ik stond daar, vol verwondering en verwachting en zag hoe de hand van mijn Oom trilde toen hij een stukje suikergoed pakte en het mijn lippen bood. Ik zag de tranen in zijn ogen, en voelde zijn emotie en affectie. Eerst zong hij een toonladder, en ik zong hem iedere noot na. Ik zie hem nog voor me, met brede schouders en machtig, met een klinkende stem, een soort koning voor mij, de zoon van Moula Bakhsh en de broer van mijn Moeder….. Hij zong een lied aan Sharda, de godin van de muziek. Toen zong hij de hymne tot de Profeet Mohammed. De ruimte werd heilig voor me…… Met hem voelde ik geen enkele angst, alleen belangstelling en genoegen en de warmte van welzijn”.