Soefi Museum

Stichting Soefi Museum Pir-o-Murshid Musharaff Khan

Saida 3 Wissous klein

 

Dan maakte ik uit herinnering ook een aquarel van onze avondbijeenkomsten en dit moet ik even nader toelichten. Iedere avond tussen 9 en half tien kwamen we tezamen en wachtten in Murshids tuin achter het huis tot we door de glazen tuindeur in de grote kamer binnen gelaten werden.

De mureeds die toen die zomer in Wissous logeerden waren: Mej. J.E.D.Furnée, toen door Murshid Sakina genoemd en in het laatste ogenblik voor Murshids heengaan naar India, werd haar naam veranderd in Nekbakht. Dan was er Miss Goodenough, toen Sherifa genoemd en later in Wissous door Murshid Khalifa gemaakt en door ons toen als Khalifa aangesproken. We waren tegenwoordig toen Murshid haar met een kleine plechtige toespraak de gele robe van Khalifaat overhandigde.
Verder was er Huib van Tuyll van Serooskerken, die van Murshid de naam Sirdar ontving en dan ikzelf, die de naam Saïda kreeg. Verder waren erbij aanwezig Begum Inayat Khan en Ethel, de vroegere kinderjuffrouw van Murshids kinderen, die meegekomen was uit Engeland en die daar in Wissous in de huishouding hielp. En dan waren er de twee broers, Maheboob Khan en Musharaff Khan. Meer waren er niet, behalve dan soms voor korte tijd de één of andere logee van Murshid. We werden dan om half 10 in die grote kamer binnengelaten, die aan de tuin grensde. Midden in de kamer hing een grote witte opgezette vogel met uitgespreide vleugels, een albatros, geloof ik. Aan het ene eind stond een overdekte biljarttafel en daarop lagen de mooie muziekinstrumenten uit India. Verder was er een vleugelpiano, verscheidene banken of sofa’s langs de muren en een grote ovale tafel om aan te eten aan het andere einde van die kamer. Er waren verscheidene kleine ramen met gekleurd glas, die op de korenvelden uitkeken, want Murshids huis stond aan de rand van dat dorpje. Er heerste een sfeer van vrede en rust. Niets verstoorde die landelijke stilte. Ik doe mijn best om u mee te nemen naar de sfeer van Wissous, die zo geheel anders was dan die van Suresnes. Als we dus die kamer binnengelaten werden, zetten we ons neer op de stoelen in een kring met Murshid, terwijl Murshids broers ergens achter in die grote kamer op hun Vina en Sitar speelden, om onze zang te begeleiden. Achter Murshid stond een petroleumlamp zonder kap, die een dromerig licht verspreidde in die grote donkere kamer.  Er waren bloemen en meestal stond er tussen de bloemen wat wierook stokjes te branden. We hielden eerst een stilte en daarna deden we de Zikar, in de complete vorm, met alle verkortingen en bijbehorende bewegingen. Dit werd al zingende gedaan. Daarna een stilte en daarna op rijen staande met Murshid midden tussen ons in de eerste rij en natuurlijk naar het Oosten gekeerd deden we de gebeden Saum en Salat, meestal door Miss Goodenough uitgesproken.
Daarna verlieten wij het huis na afscheid van Murshid en familie.